Herfst

Kalende bomen.

Slingers glanzende druppels.

Elke tak versierd.

 

Er ritselt iets. Dan,

voor mijn voeten, een eikel,

hoog weg stuiterend.

 

Ik loop in een bui;

een bui van dwarrelend blad.

Een gouden afscheid.

 

Een walnootblad valt.

Het landt op een andere;

een schurend geluid.

 

Langs de weg een berg

vers gezaagde boomstammen.

De storm is voorbij.

 

Bijna feeëriek.

Een glasachtig spinnetje.

Licht schijnt door haar heen.

Dit bericht is geplaatst in Haiku, Herfst Haiku. Bookmark de permalink.