Auteursarchief: Paule
Thuis
‘Kom, we gaan zingen’. Drie heren rond mijn bed – Het grootste cadeau. Een wolk mugjes – Ik sluit mijn mond te laat en de wolk is kleiner. Klop mijn stofdoek uit. Het stof waait weer naar binnen. … Lees verder
Winter
Een nog kale boom. Het nest weerstond de winter. Verlaten aanblik. Een besneeuwde bank. Een afdruk van twee billen. Ja. Een mooi uitzicht. Onbeweeglijk – Sneeuwvlokken op de waslijn. Een witte slinger. Ik voel een poolwind. Over … Lees verder
Zomer
Mijn man ontwaart ze. Ik proef de zon in de braam. Cadeau langs de weg. In het stille bos klinkt een gonzende grondtoon. Hun aantal onthuld. Haar paardenstaart zwaait in hetzelfde ritme als de staart van haar paard. … Lees verder
Persoonlijke ontwikkeling
Het ervaren van mijn innerlijke vrede; dat is Levenskunst. De afstand tussen jou en mij en zij is zo groot als een idee. Ik heet het welkom. Geef dat rotgevoel een stoel. Het hoort ook bij mij. … Lees verder
Herfst
Kalende bomen. Slingers glanzende druppels. Elke tak versierd. Er ritselt iets. Dan, voor mijn voeten, een eikel, hoog weg stuiterend. Ik loop in een bui; een bui van dwarrelend blad. Een gouden afscheid. Een walnootblad valt. Het … Lees verder
Lente
Hoezo dode boom; in zijn boomstamholletje wordt fluitend bemind. Op het dak zit hij. Hij zingt met zijn snavel vol nestmateriaal. Steeds minder zie ik. De Domtoren verdwijnt meer en meer in het groen. Spetters op mijn … Lees verder
