Zomer

Mijn man ontwaart ze.

Ik proef de zon in de braam.

Cadeau langs de weg.

 

In het stille bos

klinkt een gonzende grondtoon.

Hun aantal onthuld.

 

Haar paardenstaart zwaait

in hetzelfde ritme als

de staart van haar paard.

 

Drukke verkeersweg.

Een barst in het asfalt –

een vers toefje gras.

 

Tussen snelwegen

hangt een verlichtingsdraad;

(g)een punt voor vogels.

 

Gouden stro en zon.

Drie rietdekkers op het dak.

Zingende mannen.

 

Ik lig op haar kop

en rol over de veren

terug de sloot in.

Dit bericht is geplaatst in Haiku, Zomer Haiku. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *