Winter

Een nog kale boom.

Het nest weerstond de winter.

Verlaten aanblik.

 

Een besneeuwde bank.

Een afdruk van twee billen.

Ja. Een mooi uitzicht.

 

Onbeweeglijk –

Sneeuwvlokken op de waslijn.

Een witte slinger.

 

Ik voel een poolwind.

Over het bobbeltjesijs

rollen de blaadjes.

 

Zichtbare windvlaag.

Vastgevroren in het ijs

zit zijn beweging.

 

Schurende schaatsen.

Ons ‘land’ is nu veel groter.

Meer speeloppervlak.

 

Paarse krokussen

koesteren zich in de zon

en tonen hún licht.

 

De kracht van hun kleur

verjaagt de winterstilte.

Paarse krokussen.

 

In een plas zie ik

rottend blad, een kale boom,

mijn koude gezicht.

 

Groene voorbode.

Ontploffende bloembollen.

Geel getrompetter.

 

Tijdelijk zichtbaar.

Mijn anders spoorloze weg

ligt vast in de sneeuw.

 

Beiden bevroren;

de regendrup en de knop.

Beiden leven –

 

Dit bericht is geplaatst in Haiku, Winter Haiku. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *